blijf op de hoogte
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.

“Juf, waarom zet de politie criminelen niet gewoon met gezichtsherkenning op sociale media? Dan zijn ze toch veel sneller gevonden?” Het blijft even stil in de klas. Een paar leerlingen knikken. Het klinkt logisch. Ik kijk de klas rond en stel een tegenvraag: “Zou jij dat willen, als het om jou ging?” Er ontstaat geroezemoes. Twijfel. “Ja, maar als je iets verkeerd doet…”, “maar wat als het niet klopt?” Dáár gebeurt het voor mij. Niet omdat ik het antwoord geef, maar omdat leerlingen zelf gaan nadenken en hun eigen mening vormen.
(foto Barbra Verbij)
Over privacy. Over rechten. Over veiligheid. Over hoe ingewikkeld de samenleving eigenlijk is. Dit zijn de momenten waarop het vak voor mij tot leven komt. Onderwijs gaat niet over hoofdstukken of toetsen, of over altijd het juiste antwoord geven. Onderwijs gaat over betekenis geven en precies dáár begint voor mij het echte onderwijs.
Binnen de vakvernieuwingscommissie maatschappijkunde en maatschappijwetenschappen werken docenten, vakexperts en curriculumontwikkelaars samen aan het actualiseren van de examenprogramma’s. Vanuit mijn rol als vmbo-docent maatschappijkunde kijk ik daarbij voortdurend naar de aansluiting met de praktijk en de leerling in de klas. Wat willen we dat leerlingen meenemen uit dit vak? Welke kennis en vaardigheden hebben zij nodig om grip te krijgen op een wereld die steeds complexer wordt? Maar ook: wat willen we dat leerlingen precies leren? En hoe formuleren we dat zo helder mogelijk in een eindterm, zodat voor docenten duidelijk wordt wat we ermee beogen? Precies die vragen stelden wij onszelf in de eerste maanden steeds opnieuw. Daarbij namen we ook de vernieuwing van de examenprogramma’s maatschappijleer mee, zodat we werken aan een samenhangend geheel.
Binnen de commissie streven we ernaar dat de vakken maatschappijkunde en maatschappijwetenschappen sterker met elkaar verbonden worden en dat doorstroom tussen schoolsoorten ook belangrijk is. Tegelijkertijd blijven we kritisch kijken naar wat leerlingen op verschillende niveaus nodig hebben en hoe we dat herkenbaar en haalbaar houden in de praktijk. In de gesprekken die we in de vakvernieuwingscommissie voeren, leggen we ideeën naast elkaar, stellen we kritische vragen en scherpen we onze keuzes aan. We onderzoeken, twijfelen en beginnen soms zelfs opnieuw. Wat me opvalt, is de gedrevenheid van de leden in de vakvernieuwingscommissie. Iedereen wil het beste voor het vak én voor de leerling. De één kijkt vooral naar de wetenschappelijke inhoud, de ander naar taal of naar wat wel of niet werkt in de klas. Zo versterken we elkaar en komen we samen tot scherpere en bewustere keuzes. Daarom voelt het voor mij als een soort familie, waarin iedereen zijn eigen kracht meebrengt.
Daarnaast krijgen we waardevolle feedback van de advieskring. Dat is een groep van docenten, vakexperts en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld die met ons meedenkt over de conceptvoorstellen, waardoor onze keuzes beter aansluiten bij de praktijk. Zo zijn we bijvoorbeeld kritisch bevraagd op hoe helder en vakspecifiek bepaalde eindtermen eigenlijk geformuleerd zijn. En of het voor docenten voldoende duidelijk is wat we precies beogen dat leerlingen leren. Die kritische blik helpt ons scherp te blijven.
Begrijpen wordt bij maatschappijkunde en maatschappijwetenschappen steeds belangrijker en ‘uit je hoofd leren’ verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. We willen af van het idee dat leren betekent dat je iets kunt opdreunen. Het gaat er juist om dat leerlingen herkennen wat er speelt, die kennis toepassen in nieuwe situaties en erop reflecteren. Het gaat erom dat ze verbanden leggen, situaties doorgronden en zich afvragen: klopt dit eigenlijk wel? En misschien nog belangrijker: wat betekent dit voor mij? Leerlingen doen niet alleen kennis op, maar ze leren denken, onderzoeken en hun plek in de samenleving beter begrijpen. Dat raakt mij en daar zit voor mij de kracht. “Maar juf… waaróm moeten we dit eigenlijk leren?” is voor mij daarom een wezenlijke vraag in het onderwijs.
Als vmbo-docent neem ik de stem van mijn leerlingen steeds mee naar de vergadertafel van de vakvernieuwingscommissie. De stem van de leerling die zegt dat iets ‘saai’ is, maar daarmee soms bedoelt dat hij de leerstof niet begrijpt, onvoldoende uitdaging ervaart of de verbinding met zijn eigen leefwereld mist. Juist zulke opmerkingen maken mij nieuwsgierig naar wat er achter die uitspraak schuilgaat en helpen mij om kritisch te kijken naar de toegankelijkheid, relevantie en betekenis van het onderwijs dat we ontwikkelen. Maar ook de stem van degene die wél aangaat als het over iets gaat wat hij herkent uit zijn eigen leven. Juist die momenten helpen mij om het gesprek in de commissie scherper te maken. Terwijl we praten, denk ik continu: begrijpen zij dit, kunnen zij hier iets mee en is het eigenlijk wel haalbaar wat we van ze vragen? Want hoe goed iets ook bedacht is: als het de leerling niet bereikt, dan werkt het niet. In de commissie zoeken we daarom steeds naar balans: een vak dat uitdaagt, maar tegelijkertijd ook haalbaar is. Dat niet te vol zit, maar juist uitnodigt om na te denken. Een vak dat leerlingen helpt om zelf te denken, te onderzoeken en te reflecteren. Voor mij gaat het werk in de commissie niet alleen over een nieuw programma maar zeker ook over hoe we leerlingen helpen om grip te krijgen op een wereld die steeds complexer wordt. En misschien is dat wel het antwoord op die ene waarom-vraag uit mijn klas. Niet omdat wij het uitleggen, maar omdat leerlingen het zelf gaan zien.
Altijd als eerste op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je dan nu aan voor onze automatische updates. Je ontvangt dan een e-mail als wij een nieuwsbericht plaatsen.